Bestuurder
Met uitrijden wordt bedoeld: vanaf de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden. Een uitrijstrook is een rijstrook van beperkte lengte, naast de doorgaande rijbaan. Deze is bedoeld om snelheid te verminderen. In principe doe je dat dus niet op de doorgaande rijbaan. Hiermee voorkom je grote snelheidsverschillen en dus gevaarlijke situaties.
Het uitrijden is, net als het invoegen, een bijzondere manoeuvre. Een goed overzicht is noodzakelijk om gevaar of hinder te kunnen opmerken. Je moet ook het gedrag van de andere bestuurders kunnen voorspellen. Maak door je eigen positie, de snelheid en de richtingaanwijzer voor anderen duidelijk wat de bedoeling is.
Je verlaat de doorgaande rijbaan aan het begin van de uitrijstrook. Dit betekent dat je tijdig richting aan moet geven en rechts moet gaan rijden. In het geval van een weefvak (zie script 33) moet je goed op de bestuurders letten die daar al rijden. Sommigen willen invoegen, anderen blijven de rijstrook volgen.
Verminder in principe pas snelheid als je op de uitrijstrook bent. Zo bevorder je de doorstroming. Als de uitrijstrook kort is en/of de achterliggende bocht erg scherp, moet je soms op de doorgaande rijbaan al snelheid minderen door het gas los te laten.
Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Uitrijden (script 34) in de praktijk wordt uitgevoerd.
|
1. Positie.
2. Ruimtekussen.
3. Richtingaanwijzer.
4. Scan.
|
5. Sturen.
6. Ruimtekussen.
7. Niet terugschakelen.
|