Bestuurder

Je mag alleen wegrijden of stoppen als je het overige verkeer niet in gevaar brengt of hindert. Alleen goed scannen is dus niet voldoende. Je moet de gehele verkeerssituatie kunnen beoordelen en daar jouw timing en snelheid op aanpassen.
 

Auto

Om de veiligheid en doorstroming te bevorderen, moet je soms extra vlot optrekken. Je mag dan later opschakelen; de motor maakt dan meer toeren en levert meer vermogen. Als je moet stoppen, laat dan zo vroeg mogelijk het gaspedaal los. Hierdoor gebruik je het rollende vermogen van de auto en bespaar je brandstof. Zorg er wel voor dat je de doorstroming niet (onnodig) belemmert.
 

Omgeving

Bij het wegrijden moet je de omgeving en verkeerssituatie goed beoordelen en jouw gedrag aanpassen. Als je bijvoorbeeld buiten de bebouwde kom wilt wegrijden, heb je met een groot snelheidsverschil te maken. Als je op een woonerf geparkeerd staat, kunnen er kinderen spelen. Houd ook rekening met de verkeersdrukte, het uitzicht, de weersomstandigheden, enzovoorts.
 
Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Wegrijden en stoppen (script 19) in de praktijk wordt uitgevoerd.
 
Wegrijden (script 19)
1. Scan.
2. Voor laten gaan.
3. Richting aangeven.
4. Technische wijze wegrijden.
5. Scan.
Stoppen (script 19)
1. Scan.
2. Voor laten gaan.
3. Richting aangeven.
4. Technische wijze stoppen.