Bestuurder

Als bestuurder is het belangrijk dat je een verkeerssituatie overziet en gevaar vroegtijdig opmerkt (bijvoorbeeld een bocht in het wegverloop). Je moet op tijd kunnen beslissen. Bij jouw beslissing spelen snelheid, het voertuig en eigen conditie een grote rol. Zorg altijd voor voldoende ruimte rondom de auto. Zorg dat je geen gevaar of hinder veroorzaakt of kunt veroorzaken (artikel 5 WVW). Onder alle omstandigheden moet je bereid zijn de verkeersveilig te gedragen.
 

Auto 

Als je een bocht rijdt, heb je te maken met de snelheid, de straal van de bocht, de grip van de banden en de toestand van het wegdek. Bij het rijden van een bocht ontstaat er een middelpuntvliedende kracht. Deze kracht wil de auto naar de buitenkant van de rijbaan drukken.
De middelpuntvliedende kracht wordt bepaald door de massa van de auto, de straal van de bocht en de snelheid waarmee je rijdt. Als de middelpuntvliedende kracht groter wordt dan de grip tussen band en wegdek, raakt de auto uit de bocht.
Een paar kilometer per uur minder hard rijden lost al heel veel op, het vergroot het ruimtekussen aan de buitenkant van de bocht. Dit komt doordat je gemakkelijker een kleinere bocht kunt maken.
 

Omgeving

Hoe groot het ruimtekussen moet zijn, wordt mede bepaald door:
  • het soort weg;
  • het aantal rijbanen;
  • de toestand van het wegdek;
  • waar je rijdt (binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom, in een winkelstraat of erf);
  • de snelheid van het overige verkeer;
  • de soorten weggebruikers;
  • het weer, enzovoorts.
Een voorbeeld hiervan is het filerijden. Als een bestuurder wil invoegen, dan geef  je deze de gelegenheid door de volgafstand te vergroten of de linkerstrook te kiezen.
 

Op de volgende pagina staat de instructievideo over dit script.