Bestuurder

Als je van rijstrook wisselt of een zijdelingse verplaatsing uitvoert, verleg je de rijlijn. Dit doe je bijvoorbeeld als er een obstakel op de weghelft staat, als het wegdek (ernstig) beschadigd is en als je wilt inhalen. Je mag direct voor, tijdens en na de manoeuvre niemand hinderen. Er mogen geen gevaarlijke situaties of schades ontstaan. Een goed verkeersinzicht en ‘bijzondere aandacht’ zijn dus nodig om de manoeuvre veilig uit te voeren.
 

Aandachtspunten:

  • Je mag nooit de plaats innemen waarop een andere bestuurder zich nadrukkelijk heeft voorbereid. Je moet zich dus kunnen verplaatsen in de situatie van bestuurders in de omgeving.
  • Het is niet toegestaan om in één beweging over meerdere rijstroken te verplaatsen. Je moet dus steeds enige tijd rechtuit in een rijstrook hebben gereden voordat je weer van rijstrook mag wisselen. Veel bestuurders houden zich hier niet aan.
  • Stem de snelheid af op de voorliggers en op het verkeer in de andere rijstrook.
  • Als je afslaat in een situatie met meerdere rijstroken, moet je de gekozen rijstrook blijven volgen tot na de bocht. Kijk in zo’n situatie zo ver mogelijk de bocht in om jouw rijlijn te bepalen.
 
 
Bij elke ‘belangrijke zijdelingse verplaatsing’ moet je richting aangeven. Mocht je een andere weggebruiker over het hoofd hebben gezien, dan kan deze jouw fout nog opvangen. Of het verleggen van de rijlijn een ‘belangrijke zijdelingse verplaatsing’ is, is afhankelijk van de situatie.
 
Een kleine verplaatsing op een smalle weg is al snel een belangrijke verplaatsing. Dezelfde verplaatsing op een brede weg valt nauwelijks op en wordt dan ook niet als belangrijk ervaren.
 

Op de volgende pagina staat de instructievideo over dit script.