Bestuurder

Je stuurt met de doorgeefmethode of de overpakmethode. Die laatste gebruik je alleen als je langzaam rijdt en zeer snel moet sturen. Met de doorgeefmethode heb je meer controle over het stuur. Bovendien blijven de armen buiten het bereik van de airbag, mocht die uitklappen bij een aanrijding.
 

Auto

Het stuurgedrag verschilt per merk en type. Je moet dus altijd even wennen als je in een andere auto stapt. De stuurbekrachtiging maakt het sturen lichter, maar je verliest wel enigszins ‘het gevoel met de weg’. Daardoor maak je eerder een verkeerde stuurbeweging.
 

Omgeving

Weggebruikers in de omgeving kunnen schrikken of in gevaar komen als u een verkeerde stuurbeweging maakt. Dit kan leiden tot een kettingreactie van ‘ongecontroleerde’ rem- of stuurbewegingen.
 
Bekijk de volgende video goed. Deze video laat zien hoe Sturen (script 11) in de praktijk wordt uitgevoerd. Oefen deze handelingen goed, je moet ze op dezelfde manier uit kunnen voeren.
  1. Stuurhouding.
  2. Scan.
  3. Methoden: doorgeefmethode en overpakmethode.
  4. Terugsturen.