Bestuurder

Parkeren doe je natuurlijk alleen op plaatsen waar dat is toegestaan. Kijk ook of er genoeg ruimte is, en beoordeel (voordat je parkeert!) of het wegrijden later niet erg moeilijk zal zijn. Het is een bijzondere manoeuvre, dus moet je weer iedereen voor laten gaan. Je moet gevaarlijke situaties vermijden. Als je naast een auto stopt om er achteruit in file achter te parkeren, let dan op of er een bestuurder in de auto zit. Misschien doet deze zijn portier open zonder te kijken.
 

Auto

Vaak komt het voor dat een parkeerpoging wordt afgebroken. De bestuurder kan de afmetingen van zijn auto niet goed inschatten en denkt dat zijn auto niet ‘past’. Sommige auto’s hebben een systeem dat automatisch fileparkeert. Als bestuurder hoef je dan niets meer te doen: het gas geven, sturen en remmen gaat vanzelf. Dat is handig, maar je moet toch ook écht zelf de parkeermanoeuvre kunnen uitvoeren.
 

Omgeving

Andere bestuurders willen best even wachten als je moet parkeren. Maak wel duidelijk wat je wilt gaan doen. Communiceer met de richtingaanwijzer, vaak stopt jouw achterligger dan op ruime afstand van je. Dat is wel zo prettig. Vaak draait de achterzijde van jouw auto een klein stukje over de trottoirband. Als er dus een vuilniszak of een lantarenpaal staat, heb je al snel schade. Houd daarom rekening met obstakels die dicht bij de rijbaan staan. Parkeren kan je vooruit (met de rijrichting mee) en achteruit uitvoeren. Het voordeel van vooruit parkeren is dat je het overige verkeer minder hindert. Het nadeel is dat vooruit parkeren veel meer ruimte nodig heeft. De keuze voor vooruit of achteruit parkeren is afhankelijk van de verkeerssituatie.
 
Op de volgende twee pagina’s staan de instructievideo’s over dit script. 
 

Aanvulling door het exameninstituut IBKI

De examinator dient bij het bepalen van de auto waarvoor moet worden geparkeerd een zodanige keuze te maken dat de beschikbare ruimte ten minste drie voertuiglengtes bedraagt. Bij het uitvoeren van de manoeuvre spelen kijkgedrag en veiligheid een hoofdrol.
De kandidaat dient hiernaast:
  • het voertuig niet verder dan 20 cm en evenwijdig aan de rijbaankant/trottoir te parkeren;
  • in één keer te kunnen wegrijden vanuit de geparkeerde positie.