Bestuurder
Goed scannen is de basis van veilig autorijden. Om te kunnen begrijpen welke informatie ‘uit het verkeer’ voor je belangrijk is, moet je leren om goed waar te nemen. Je moet hiervoor kennis bezitten van de verkeerstheorie, het voertuig, de weg en de verkeersomgeving. Door goed te scannen krijg je overzicht over de verkeersomgeving en kun je goed vooruit denken en handelen (anticiperen). Je bent dan in staat aangepast en besluitvaardig auto te rijden.
 
Auto
Natuurlijk moet je zorgen dat de ramen schoon zijn en dat er geen voorwerpen in de auto het zicht belemmeren, maar zelfs dan wordt het uitzicht altijd beperkt door de raam- en deurstijlen. Soms is het daarom nodig dat je iets naar voren beweegt om goed te kunnen scannen.
Ook goed afgestelde spiegels zijn essentieel. Houd er wél rekening mee dat er altijd dode hoeken blijven bestaan, hoe goed je de spiegels ook afstelt. Technische hulpmiddelen, zoals dode hoek verklikkers en adaptive cruise control kunnen de scantaak ondersteunen. Maar je blijft zelf verantwoordelijk voor goed scannen.
 
Omgeving
In de verkeersomgeving zijn andere weggebruikers het gevaarlijkst. Een boom steekt tenslotte niet plotseling over en een bocht komt niet uit de lucht vallen. Door goed de omgeving te scannen, zie je mogelijke gevaren vroegtijdig en kun je jouw gedrag aanpassen. Een vrachtauto die verderop de weg op draait, zal vermoedelijk een deel van jouw weghelft in beslag gaan nemen. Door tijdig op deze situatie in te spelen (even gas loslaten), hoef je niet te stoppen en is het voor de vrachtautobestuurder duidelijk dat je rekening houdt met zijn probleem.
 
Scan (script 10)
  1. Kijk 200 m vooruit.
  2. Blik niet fixeren.
  3. Kijk in de binnenspiegel.
  4. Kijk voor je.
  5. Kijk in de buitenspiegel(s).